Huurder vertelt
15-1-2026

‘Buurtvader’ Cor
staat klaar voor de buurt

Vroeger als kind werd hij ‘Rooitje’ genoemd vanwege zijn rode haren, nu is het ‘buurtvader’. Maar onder welke naam dan ook: in de Celzusterenstraat kent iedereen Cor Reijne. Samen met zijn vrouw Toos kijkt hij naar de buurt om. De twee zijn gehecht aan hun straat én aan hun huis: “We gaan hier nooit meer weg.”

Het is ons kent ons hier, dus we voelden ons al thuis.

Hier hoor ik thuis

“Ik ben hier pal tegenover geboren”, wijst Cor door het raam. Vanaf zijn bank in de woonkamer - met kleindochter Isa op schoot - heeft hij mooi uitzicht op de Celzusterenstraat in Amersfoort. Hij kent de straat door en door: hij groeide hier op en keerde ruim 45 jaar geleden weer terug. “Toen Toos en ik een jaar na ons trouwen dit huis konden huren, hoefden we daar niet lang over na te denken. Toos woonde vroeger een straat verderop. Het is ons kent ons hier, dus we voelden ons al thuis.” 

Bankje in de tuin

Dat ‘ons kent ons’ past bij Cor en Toos. Niet voor niets hebben ze in de voortuin een bankje met een bord ‘bezoekers’ erop. Bij mooi weer brengt Cor daar heel wat uren door. “Dan komt jan en alleman voorbij voor een praatje. Zo hoor en zie ik van alles.” Op dat bankje leert Cor de buurtkinderen de boks, high five en kleine boks. “In die volgorde. Zo groeten ze me allemaal.” Ook organiseerde hij heel wat straatfeesten. En vanaf het bankje houdt hij de buren een beetje in de gaten. “Oude buurvrouw Hennie bijvoorbeeld. Ze woonde alleen en was al wat ouder. Als om 9 uur haar gordijnen nog niet open waren, stond ik aan de deur. Ook heb ik heel wat klusjes voor haar gedaan in huis. Soms ging ik met haar mee naar het ziekenhuis.”

Buurtvader

Die betrokkenheid bij de buren leverde Cor een mooie bijnaam op. “Ze noemen me ‘buurtvader’”, vertelt hij. Toos: “Cor staat gewoon altijd voor iedereen klaar. Vijf maanden geleden overleed de man van de overbuurvrouw. Daar heeft Cor ook veel voor gedaan. Ze kan niet lezen of schrijven, dus helpt hij haar als ze brieven krijgt.” Laatst stond Cor met haar aan de balie bij de Alliantie. Cor: “Het huis stond op naam van haar man, dus ze was bang dat ze eruit zou moeten nu hij er niet meer was. Dus dat heb ik met haar geregeld.” 

Cor en Toos vinden het heel normaal dat je als buren naar elkaar omkijkt. “Het woont gewoon fijner als je elkaar kent”, vindt Cor. “Je hoeft de deur niet bij elkaar plat te lopen, maar je kunt wel op elkaar letten.” Al is Cor wat Toos betreft soms een beetje té behulpzaam. “Iedereen weet dat Cor nooit nee zegt. Dus ze weten hem te vinden. Maar hij is inmiddels ook 72 he, het mag wel een beetje minder.” Cor lacht erom. Hij vertelt dat er nu een buurtapp is. “Daarin vragen buren geregeld of iemand nog iets nodig heeft. Dat vind ik positief.”  

Veranderingen in de straat

Ook wat de huizen betreft is er veel veranderd. In Cor zijn jeugd waren ze zeker de helft kleiner. “En dan te bedenken dat we daar met 13 personen woonden!” Waar nu de uitbouw is, zat vroeger de keuken. Een badkamer was er niet; wassen deed je in een teil naast het aanrecht. Cor weet het nog goed: “Ik was meestal als laatste aan de beurt en had dus altijd koud water.”  

Toen Cor en Toos in 1981 terugkeerden naar de Celzusterenstraat, waren de huizen inmiddels flink opgeknapt. Meer ruimte beneden, een moderne keuken en een badkamer. Cor: “Vooral die badkamer voelde luxe.” In de jaren ’90 vond er opnieuw een renovatie plaats. “De ramen aan de voorkant zijn toen vervangen; eerst hadden we nog allemaal van die kleine ruitjes”, vertelt Toos. Ze heeft dubbele gevoelens over de veranderingen. “Die huisjes van vroeger waren toch ook wel heel gezellig, he Cor?”  

Elke millimeter

De twee willen altijd op deze plek blijven wonen. Cor: “We hebben hier veel meegemaakt. En we zijn altijd bezig in het huis. We hebben het met veel zorg ingericht, overal is een plekje voor. In de zomermaanden is de tuin alles voor Toos. We willen dat allemaal niet achterlaten.” “Ik wil van hieruit naar mijn laatste rustplek gereden worden”, vult Toos aan. “Er zitten zoveel herinneringen in dit huis. Onze vier zoons groeiden hier op. Ik ken elke millimeter van elke kamer.” 

Even leek het erop dat Cor en Toos naar een aanleunwoning moesten verhuizen. Toos heeft reuma en zenuwpijn waardoor ze niet meer goed kan traplopen of de kraan kan opendraaien. “Maar onze zoon zei: ‘Als je verhuist naar zo’n woning, ga je binnen een jaar dood van heimwee.’” Dus regelde de Wmo de nodige aanpassingen. Gelukkig maar! Want eerlijk is eerlijk: Toos heeft op vakantie na vijf dagen al heimwee. “Als ik weet dat we zaterdag naar huis gaan, ben ik op donderdag al aan het inpakken. Ik kan het niet goed uitleggen, maar dit huis geeft mij rust. Hier kan ik mezelf zijn en me terugtrekken.” Cor vult aan: “Dit huis hoort gewoon bij ons.”